Symboliek van de boom en het water des levens
Genesis 2 : 8-10
God, de HEER, legde in het oosten, in Eden, een tuin aan en daarin plaatste hij de mens die hij had gemaakt. Hij liet uit de aarde allerlei bomen opschieten die er aanlokkelijk uitzagen, met heerlijke vruchten. In het midden van de tuin stonden de levensboom en de boom van de kennis van goed en kwaad. Er ontspringt in Eden een rivier die de tuin bevloeit. Verderop vertakt ze zich in vier grote stromen.
Ergens in het tweestromenland, tussen de twee rivieren Eufraat en Tigris, lag volgens Genesis 2 de hof waarin God de eerste mens plaatste die Hij had geformeerd. Meestal spreken we over het 'paradijs'. Dit woord is van Perzische oorsprong en betekent 'lusthof'.
Het is frappant dat de Bijbel niet slechts begint met het paradijs, maar er ook mee eindigt. In het laatste Bijbelboek vinden wij om zo te zeggen de tegenhanger van de Hof van Eden: een hémels paradijs, het paradijs van Gód.
Openbaring 2:7
Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint zal ik laten eten van de levensboom die in Gods paradijs staat. ”
In dat paradijs van God kan de zonde niet meer binnendringen en is er ook geen plaats meer voor de duivel en de dood. Dit zijn dan overwonnen vijanden .
1 Kor. 15:26 De laatste vijand die vernietigd wordt is de dood
Openb. 21:4 Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.
Zelfs de boom van de kennis van goed en kwaad komt er niet meer voor Dat is heel opmerkelijk. De conclusie moet wel zijn dat de mogelijkheid tot zondigen dan niet meer aanwezig is: het geweten kan ons dan niet meer beschuldigen en aanklagen.
(klik op meer om het vervolg te lezen) |